dinsdag 13 april 2010

Inleiding

De leerlingen van groep 8 zitten in groepjes van vier. Iedere groep heeft een groot vel papier, een placemat. In het midden van het vel staat een groot vierkant. De ruimte eromheen is in vier gelijke delen verdeeld. Ieder groepslid heeft hierdoor een eigen plaats op het vel. De leerkracht heeft gevraagd of de leerlingen vijf mogelijkheden voor het besparen van energie willen opschrijven. De leerlingen denken individueel na en schrijven de ideeën op hun gedeelte van het blad op. De klas is helemaal stil en iedereen probeert de leukste en beste ideeën op te schrijven. Na 5 minuten vraagt de leerkracht of de groep met elkaar wil overleggen. Van vinden zij nu de drie beste ideeën? De leerkracht geeft aan dat ieder om de beurt zijn ideeën voorleest. Pas als iedereen aan de beurt is gekomen moet de groep beslissen welke drie ideeën in het vierkant komen te staan.


De leerlingen zijn druk met elkaar in gesprek, in hun enthousiasme vergeten sommigen goed te luisteren naar de ideeën van anderen. Een leerling vraagt zelf of iedereen even wil luisteren. Dan komt het moeilijke deel, wat zijn nu de drie beste ideeën? Tom, Marscha, Mees en Jelle zijn het alle vier eens over de eerste twee ideeën. Tom en Mees hadden deze toevallig allebei en de andere twee groepsleden zijn het hier allebei mee eens. De schrijver, Tom schrijft deze ideeën op in het gemeenschappelijke vierkant. Nu het derde idee nog. Jelle vindt zijn idee geweldig, terwijl Mees dit totaal niet vindt. Ze geeft aan waarom zij haar idee beter vindt. Tom geeft aan dat hij het met de reden van Mees eens is, Marscha houdt zich wat afzijdig. Jelle vraagt daarom aan haar wat ze van het idee vindt, Marscha zegt dat ze het wel oké vindt. Tom en Mees geven aan dat ze het idee van Mees wel goed vinden, dit kan wel in het gemeenschappelijke vierkant. Jelle is het hier nog niet helemaal mee eens, maar stemt uiteindelijk toch toe. Marscha is de controleur en vraagt of iedereen het eens is met de gemaakt keuze. Iedereen stemt toe. Ze kunnen niet wachten om de ideeën met de klas te delen. (Forrer, 2000)

De aanleiding van het onderzoek over coöperatief leren is dat ik gekozen heb voor de minor traditionele onderwijsvernieuwers. Ik ben hierdoor erg geïnteresseerd in het daltononderwijs. Ik loop samen met Michelle op dezelfde school stage en daarom zullen wij het onderzoek voor een groot deel samen uitvoeren. De Grote Reis (te Rhoon) is een daltonschool waar het team bezig is met het invoeren van coöperatief leren. Doordat dit nog in ontwikkeling is en wij er nog niet veel vanaf weten, willen wij het coöperatief leren graag onderzoeken. Dit onderzoek leidt mogelijk ook tot verbetering van het coöperatief leren binnen de basisschool De Grote Reis.

Ons onderzoek over coöperatief leren is relevant te noemen, omdat bijna alle basisscholen in de omgeving bezig zijn met coöperatief leren of samewerken. Wanneer ik straks in het werkveld belanden zal ik hiermee zeker in aanraking komen. Het coöperatief leren is een erg in opkomst binnen het onderwijs. Wij hebben gemerkt dat vooral vernieuwingsscholen dit in willen voeren of al hebben ingevoerd. Op de reguliere basisscholen is het coöperatief leren ook in opkomst. Maar heeft daar vaak een iets andere uitwerking omdat iedere school graag unieke punten in zijn/haar onderwijsvorm/methode wil aanbrengen, heeft elke school iets ‘eigens’ wanneer we kijken naar de uitvoering van coöperatief leren.

Wij gaan er vanuit dat coöperatief leren een meerwaarde met zich meebrengt en dit willen wij door middel van ons onderzoek gaan bewijzen. De meerwaarde die wij verwachten is op drie gebieden: de tijd die de les in beslag neemt, de winstopbrengst op het gebied van leerprestaties en het verbeteren van de sociale vaardigheden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten