dinsdag 13 april 2010

Wat is coöperatief leren?

"Omgaan met verschillen tussen leerlingen is en blijft ook de komende jaren voor het basisonderwijs een belangrijke opdracht. Leerkrachten staan voor de uitdaging in een heterogene groep recht te doen aan verschillen tussen leerlingen. Differentiatie binnen de groep is alleen mogelijk wanneer leerlingen zelfstandig kunnen werken. De leerkracht heeft dan tijd om een of enkele leerlingen extra instructie of begeleiding te geven. Zelfstandig werken kan individueel plaatsvinden, maar ook in groepjes. Samenwerken in een groepje heeft als meerwaarde dat leerlingen van elkaar kunnen leren en elkaar kunnen helpen. Coöperatief leren kan op deze manier een waardevolle aanvulling zijn op de werkwijzen die in de groep toegepast worden."(Förrer, 2000)
In het online woordenboek van Van Dale staat het volgende over samenwerken: sa•men•wer•ken: gemeenschappelijk aan eenzelfde taak werken => coöpereren, samendoen. Er zijn veel verschillende termen in gebruik om ongeveer hetzelfde mee aan te duiden. We inventariseren: samenwerken, samenwerkend leren, coöperatief leren, partner leren, maatjes leren, tutor leren, peer tutoring, reciprocal learning, wederzijds leren, werken met buddy’s, elkaar onderwijzen, coöperative learning.
(http://www.vandale.nl/opzoeken/woordenboek/?zoekwoord=samenwerken)

Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarin de leerlingen in kleine groepen op een gestructureerde manier samenwerken aan een leertaak met een gezamenlijk doel. De leerlingen die samenwerken zijn niet alleen gericht op hun eigen leren maar ook op dat van hun groepsgenoten. Leerlingen leren met en van elkaar. (Förrer, 2000)

Bij coöperatief leren gaat het om het (bewust) samenwerken van betere en zwakkere leerlingen in tweetallen of kleine groepjes. De leerlingen ondersteunen en helpen elkaar en zoeken samen naar oplossingen van problemen. Zwakkere leerlingen profiteren van de aanmoediging, uitleg en hulp van medeleerlingen. Ook betere leerlingen profiteren van het samenwerken, door anderen te helpen bereiken ze de beheersing van de stof op een hoger niveau.

De vijf basiskenmerken van coöperatief leren
Positieve wederzijdse afhankelijkheid
De leerlingen hebben elkaar nodig, samen bereik je meer dan alleen.
Het succes van de een is het succes van de ander, en ook als de een faalt, faalt de ander. De leerlingen beseffen dat alleen via samenwerking het gestelde doel te bereiken is. Er ontstaan voor de leerling twee verantwoordelijkheden: zelf de gegeven opdracht uitvoeren en zich ervan verzekeren dat alle leden van de groep de opgegeven opdracht uitvoeren.
Individuele verantwoordelijkheid
Iedere leerling levert een zichtbare bijdrage, is aanspreekbaar op groepsactiviteit.

De leerlingen voelen zich verantwoordelijk voor zijn bijdrage aan de groepsopdracht en anderzijds ook voor het werk van de groep als geheel. De leerkracht kan dit op drie manieren vormgeven: resultaatverantwoordelijkheid (ieders bijdrage is te achterhalen), taak-rolverdeling en het stimuleren van het groepsgevoel.
Directe interactie

Weinig wachttijd, veel leerlingen tegelijkertijd aan de beurt, bij duo’s 50% en bij viertallen 25%.
Wanneer de leerlingen samenwerken communiceren ze met elkaar. Leerlingen komen samen tot betere ideeën, oplossingen en betere denkwijzen. De leerstof krijgt meer betekenis voor de leerlingen omdat de leerlingen met elkaar over de leerstof praten, elkaar uitdagen om een moeilijk begrip uit te leggen of hun gedachten onder worden te brengen.
Samenwerkingsvaardigheden
Leerlingen leren samenwerkingsvaardigheden.
De kinderen leren naar elkaar te luisteren, elkaar te helpen, elkaar te stimuleren en elkaars inbreng te accepteren. Het is belangrijk dat dit proces met plezier gebeurt om met succes te kunnen werken.
Evaluatie van het groepsproces
Altijd een nabespreking met de leerlingen over groepsproces en product.
De volgende beslissingen moeten worden genomen voordat er sprake is van evaluatie: Wat willen we evalueren? (doelen) Waarom willen we evalueren? (groepsproces) Wanneer zullen we evalueren? (tijdens en na) Wie evalueert? (leerkracht/leerlingen) Hoe zullen we evalueren? (observeren, feedback, nabespreking)
(Johnson en Johnson, 1999)

Kenmerken van een coöperatieve onderwijsleersituatie
- Niet “ik alleen”, maar “wij samen”.
- Ik kan mijn doel alleen bereiken als jij je doel ook bereikt
- Het succes van de groep is afhankelijk van de inzet van elk groepslid
- We zetten ons samen in voor het succes van onze groep
- We helpen elkaar
- Of wij goed presteren hangt af van wat wij in het verleden hebben gepresteerd
- Iedereen denkt mee
- Iedereen doet mee
- We werken met plezier

Geen opmerkingen:

Een reactie posten